Quotes

Quotes van fotografen

The only thing you are left with as a photographer is persistence and patience. 

Peter van Agtmael (1981)

I have never taken a picture I’ve intended. They are always better or worse.

Diane Arbus (1923-1971)

To see in a thousandth of a second what indifferent people come close without noticing- that is the principle of photographic reportage. And in the thousandth of a second that follows, to take the photo of one has seen – that is the practical side of reportage. (This is where Hernri Cartier Bresson derived his ‘decisive moment’ from)

Eugène Atget (1857-1927)

I am not interested in photography. I am interested in what you can do with it.

David Bailey (1938)

Shoot first

Harry Benson (1929)

Photography has no rules. It is not a sport. It is the result that counts, no matter how it was achieved.I consider it essential that the photographer should do his own printing and enlarging. The final effect of the finished print depends so much on these operations, and only the photographer himself knows the effect he wants.

Bill Brandt (1904-1983)

Serendipity: being lucky with the moment when it is totally unexpected.

Jim Brandenburg (1945)

Als je van rolmopsen houdt, dan kan je een goede foto van een pot rolmopsen maken.

Koos Breukel (1963)

Martin Daalder zei in 1994 over Koos:

De nieuwsgierigheid naar hetgeen niet gefotografeerd kan worden ligt aan de basis van zijn fotografie.
Koos-2

foto Michiel van Nieuwkerk

 
Tot 1975 werkte ik op één manier: je wist wie er naar je foto’s zouden kijken en je maakte een soort vertaling naar de derde stem. De eerste stem ben je zelf, de tweede ligt in de wereld die je fotografeert, de derde is het publiek.
Diepraam wilde toen van de derde stem af. En zo werd de fotograaf kunstenaar.’Mooi’ is persoonlijk, gebonden aan de relatie van één individu met de wereld. ‘Mooi’, dat is wat het individu van iets of iemand in de wereld terug krijgt.
In een goede foto moeten diverse lagen aanwezig zijn. Als het niet voldoende gecompliceerd is en er is niks achter de eerste laag, de laag die je meteen ziet, dan is het niks. Die verdere gelaagdheid heb je nodig om te blijven kijken. Wat er in de diverse lagen van het beeld gebeurt, moet ook overdraagbaar zijn. Bewust of onbewust. Dat is essentieel. Beelden die alleen een eerste laags interesse opwekken, daar ben je zo mee klaar. Dus er moet in tweede instantie iets aan de hand zijn. Dat is de spanning en het raadsel: de vraag wat je wilt weten, waarom je door wilt kijken. Als fotograaf speel je de hele tijd met de manier waarop je die diepere lagen presenteert. Daarbij ligt natuurlijk het gevaar op de loer dat je in een soort filosofische modder of conceptuele flauwekul blijft steken omdat het wel lekker onduidelijk is, maar geen pointe heeft en verder ook niets losmaakt.
Van belang is dus om in de diepere laag van het beeld, die nauw verbonden is met je kop, iets aan te brengen wat ‘gelezen’ kan worden door degene die de eerste laag van het beeld doorboort. Als je na een tijdje weet dat er betekenissen te lezen zijn, dan schop je zo’n beeld de wereld in.

Willem Diepraam, 2001 (1944)

Als je foto’s niet goed genoeg zijn, ben je er niet dicht genoeg bij geweest.

Robert Capa (1913-1954)

Een foto moet ruimte voor interpretatie bieden.
Als ik David Bowie fotografeer, dan moet de foto zijn waarde niet ontlenen aan Bowie, maar aan mijn beleving van David Bowie.
Lachende foto’s hebben zoiets…. vluchtigs.
Je referentiekader wordt groter naarmate je ouder wordt. (2013)

Anton Corbijn (1955)

Ik zou niet zijn geworden wie ik nu ben zonder de ervaring die bij Annie Leibovitz heb opgedaan.

Andrew Eccles

Photography is a picture language, that can be understood anywhere in the world.

Andreas Feininger (1906 – 1999)

Black and white are the colors of photography.

Robert Frank (1924)

The photograph should always tell you a story.

Leonard Freed (1929)

A photographer must be able to read like a page in a book. He must also be able to decipher what is between the lines.

Gisèle Freund (1912 – 2000)

As I kept editing from well exposed to darker and darker photos, I realized that the themes of the story were from light to dark, hope to loss, love to tragedy and pain.

Magnum fotograaf Paul Fusco is het meest bekend van zijn treinfoto’s van RFK uit 1968

Paul Fusco (1930 – 2020)

Denk voor jezelf en ontwikkel je eigen interpretaties.

John Garo

The eyes go in and out of focus with each heartbeat, intellect and theory becomes the enemy of innocence.
I am often unsure about my work but have come to recognize this as a good sign… as though the image is in advance of my ability to immediately understand it.

Ralph Gibson (1939)

Ik geloof in het vinden van de waarheid en het weergeven daarvan. Je kunt wellicht van alles van iemand vinden, maar dan nog is het een interpretatie.

Fergus Greer

There are three main levels of photography:1, Mechanical (literal) photography consisted of those photographs ‘which aim at a simple representation of the object to witch the camera is pointed . . .’ In these , everything is to be depicted exactly as it is. As distinct from such basic recording there is:2. Art photography, where the photographer  (as artist) ‘determines to diffuse his mind into [objects] by arranging, modifying, or otherwise disposing them, so that they may appear in a more appropriate or beautiful manner.’3. High-art photography consists of ‘certain pictures witch aim at a higher picture that the majority of the art-photographs, and whose purpose is not merely to amuse but to instruct, purify and ennoble.’

Jabez Hughes (1819 – 1884)

There is more pleasure for me in things as-they-are.

David Hurn (1934)

A photograph is as personal as a name, a fingerprint, a kiss.
It concerns me intimately and passionately. I am not ashamed of that.

Sid Grossman (1913 – 19554)

I don’t really care about photography. I am interested in engaging people with ideas and views of the world.

Tim Hetherington (1970-2011)

Mijn beste foto is waarschijnlijk de foto die ik morgen neem.

Yousuf Karsh (1908-2002)

I am interested in one picture that tells many different stories to different people.
I never work for a magazine, I never did any fashion, I never made any publicity. For me, a project must interest me and have something to do with me.

Josef Koudelka (1938)

The composition makes the picture.

Jacques Henri Lartigue (1894-1986)

1. Het maken van een photoshoot wijkt niet af van het maken van een film. Je moet alles goed voorbereid hebben voordat je op de set komt. Daar komt een heel team aan te pas en daarvoor hebben er al veel besprekingen plaatsgevonden. De meeste tijd besteed ik aan de pre-production. Op de set gebruik ik een grote flip chart, waarop kleine afbeeldingen staan, zodat alle mensen voor de opname goed hun plaats herkennen, om daarmee te zorgen dat foto er ook goed uit komt te zien in het tijdschrift.
 
2. Fotograferen betekent het zich toe-eigenen van hetgeen wordt gefotografeerd. Het betekent dat je jezelf in een bepaalde positie ten opzichte van de wereld plaats, die voelt als alwetend – en dus als machtig

Annie Leibovitz (1949)

Fotografie leert je goed te kijken.

Saul Leiter (1923-2013)

If you have seen the picture before, don’t take it.

John Loengard (1934)

Anatomie en karakter vormen samen een portret.

Philip Mechanicus (1936-2005)

A good picture is not about the lightning and just the perfection of  the frame, but it is the relationship that I have with the person in the frame.

Susan Meiselas (1948)

Zij maakte een korte gebeurtenis in het alledaagse straatleven tot een openbaring.

(een beschrijving dit voor alle straatfotografen zou moeten gelden)

Joel Meyerowitz (1938) over Vivian Maier (1926 – 2009)

Photographing is difficult; being photographed is even harder

Stefan Moses (1928 – 2018)

For me the studio is a sterile world. I need to get out, be with people where they are at home.

Arnold Newman (1919-2007)

A good photograph is one that communicates a fact. touches the heart and leaves the viewer a changed person for having seen it. It is, in a word, effective.

Irvin Penn (1917 – 2009)

Pictures are fun

Ruth Orkin (1908-1975)

Photography’s value is that it is illustrative of what’s going on, that it provides a record of history, that photographs can prompt dialogue.

Eugene Richards (1944)

Ik weet niet of ik de mensen iets geef of iets duidelijk maak en dat kan me ook niet schelen. Ik ben absoluut geen boodschapper en als je het goed bekijkt, doe ik ook niets nieuws, dat moeten we goed in de gaten houden en verder doe ik het helemaal voor mezelf. (JHdB: ik herken mij hierin helemaal)

Sanne Sannes (1937-1967)

De meeste tijd breng ik pratend met de mensen door.

Sally Soames (1937-2019)

Actually I prefer Penn’s definition, “Moments preserved.” The idea of preservation seems to me to go further than the idea of the “decisive moment.”

Jeanloup Sieff  (1930-2001)

When I started out in photography, I considered it an art; in the middle age, I distanced myself from that view; and today I couldn’t care less.

Josef Sudek (1896-1976)

Wat een fotograaf doet, is zichtbaar. Wie de fotograaf is, zit onder dat zichtbare.

Stephan Vanfleteren (1969)

The buttons on my winter overcoat are missing-so I’m off to Santa Monica, California.

Bruce Weber (1946)

Leica M3

Leica M3: in het midden van de 20e eeuw was deze kleinbeeldcamera een geliefde camera onder de vakfotografen.

Liever een goede fotograaf met een eenvoudige camera dan ...
JHdB

About Rangefinder cameras versus SLR:

Rangefinder photographers will not make aesthetically better photographs. However they will, if used properly, make a better photographer.

Cris Weeks, US street phtographer

Quotes van wetenschappers en critici

Het gaat om de tweede betekenis (de connotatie), waarvan de betekenaar een zekere ‘bewerking’ van het beeld onder invloed van de handeling van de maker (de fotograaf) is, en waarvan de betekenis, hetzij esthetisch, hetzij ideologisch, verwijst naar een zekere  ‘cultuur’ van de maatschappij (de kijker) die de boodschap ontvangt.
(Uit het boek: de paradox van de fotografie van Johan M. Swinnen, p-210)

Roland Barthes (1905-1980): literatuurcriticus en -ethicus, semioticus en filosoof

We kijken nooit alleen maar naar een ding; we kijken altijd naar de relatie tussen de dingen en onszelf

John Berger (1926-2017): schilder, kunstcriticus en schrijver

De straat is een groot en belangrijke thema dat onlosmakelijk verbonden is met de ontwikkeling van de universele taal van de fotografie.

Mattie Boom (1957): curator bij het Rijksmuseum

– De semiotiek is de wetenschap die alle culturele processen als communicatieproces en dus als semiotisch proces onderzoekt. Haar bedoeling is te tonen hoe de culturele processen aan de basis liggen van systemen, die bestaan uit tekens, semantische regels voor het gebruik ervan en tactische regels voor het gebruik ervan.
(Uit het boek: de paradox van de fotografie van Johan M. Swinnen, p-197)
 
– De ouderen beschouwen de wereld als een reservoir van tekens op een tweevoudige manier: ofwel waren het mysterieuze woorden van een goddelijke taal (de wereld als een omvangrijk boek beschreven door de vinger Gods), ofwel als een reservoir van aanduidingen in de seculiere en wetenschappelijke betekenis van de term. (p-204)

Umberto Eco (1932-2016): schrijver en semioticus

De kracht van beroeren en ontroeren is erg eigen aan fotografie.

Evert Hermans: fotoredacteur bij NRC Handelsblad

Hoe zit iets in elkaar?

Je kunt het samenvatten in vijf woorden: studie, begrip, inzicht, verwondering, verbeelding.
Stel je wilt een paard tekenen. Dat begint bij mij gewoon met: wat is dat eigenlijk, een paard? Hoe zit dat in elkaar? Daarvoor moet je het bestuderen. Dus je haalt het paard uit elkaar. Dan krijg je begrip. Dan denk je: nou snap ik ook wel waarom een paard heel hard kan rennen. Vervolgens krijg je inzicht. Ik begrijp nu ook waarom een paard niet viool kan spelen. Spaakbeen en ellepijp zijn gefuseerd, geen vingerkootjes…
Vierde is verwondering: Tjongejongejonge. Wie dat ooit bedacht heeft.
En het vijfde is dan verbeelding.

Jan van der Kooi (1957), schilder, tekenaar

Zwart-wit is iconisch. Het staat je toe een eigen interpretatie van de wereld te bouwen.

Pawel Pawlikowski (1957), regisseur van ‘Cold War’ uit 2018

De classificatie van tekens (in de afbeelding) is gebaseerd op drie categorieën:
Firstness (mogelijkheid) De relatie tussen teken en dynamisch object is vooral iconisch van karakter als deze relatie berust op werkelijkheid. Voorbeelden zijn foto’s, schilderijen, tekeningen, grafiek en filmbeelden.
Secondness (feitelijkheid) De relatie tussen teken en dynamisch object is vooral indexiaal als deze relatie berust op een fysisch causaal verband met de werkelijkheid. Dit verband kan direct zijn (bijvoorbeeld bij thermometers of voetsporen) of indirect (bijvoorbeeld bij een groetende hand, een pijl of een aanwijzend voornaamwoord).
Thirdness (wetmatigheid) De relatie tussen teken en dynamisch object is vooral symbolisch als het verband berust op afspraken, conventies of vastgelegde wetmatigheden (voorbeelden zijn woorden, verkeersborden of een rode roos als teken van liefde).
(Uit het boek: de paradox van de fotografie van Johan M. Swinnen, p-202)

Charles Sanders Pierce (1839-1914): wetenschapper, filosoof en semioticus

In de handen van getalenteerde individuen kan de camera een instrument zijn waarmee visueel betekenisvolle resultaten worden verkregen. 

Willem Sandberg (1897-1984): oud-directeur van het Stedelijk museum van 1945-1962

De films van Leni Reifenstahl roepen tegelijkertijd esthetische bewondering en ethische weerzin op.

Susan Sontag (1933-2004)

Het gebruik van beelden is triviaal wanneer ze slechts dienen als middel om de emotie van de toeschouwer te bespelen.

Hans J. Scheurer

It is not the subject that counts, but what the subject looks like when photographed.

John Szarkowski (1925-2007): curator at MoMa, about Jaques Henri Lartigue

We kijken niet echt naar kunst als we die aan het interpreteren zijn,

sprak Paul Thek in een interview met Susan Sontag. Dit was de aanleiding voor het schrijven van Susan’s essay ‘Tegen interpretatie’ uit 1964

Paul Thek (1933-1988): schilder en partner van Peter Hujar

Juist de variëteit van de vele soorten fotografie binnen een museum (lees collectie) stelt niet alleen haar eigen wezen ter discussie, maar meer in het algemeen wordt daarmee de status van het kunstwerk geproblematiseerd. Alleen al daardoor levert de fotografie een belangrijke kritische vraag: wat is kunst en wordt een foto, evenals een schilderij, kunst door in een museum te hangen?

Gijs van Tuyl (1941), in het voorwoord van het boek “fotografie in het Stedelijk”